Hier is de carambole geldig wanneer de speelbal tenminste drie banden raakt alvorens de laatste bal geraakt wordt. 

Voor het bepalen van de looplijnen bestaan er verschillende berekeningssystemen die gebruik maken van de merktekens (diamanten) die op de omlijsting aangebracht zijn. Het bekendste systeem is waarschijnlijk het zogenaamde diamondsysteem.

 

Dit systeem bestaat er in grote lijnen in, dat aan de diamonds een bepaalde waarde wordt toegekend. Met een rekensysteem kan dan, uitgaand van de waarde van de positie van de speelbal en de waarde van de positie van het vereiste eindpunt, de vertrekstootrichting bepaald worden om de carambole te kunnen maken.Een van de moeilijkheden bij driebanden is het vermijden van de klots, dit is het tegen elkaar botsen van de ballen wanneer hun loopbanen elkaar kruisen.

 

Diamondsysteem

 

Dit systeem wordt als het universele systeem voor het driebandenspel beschouwd. Het is niet ongewoon dat tijdens een partij meer dan 30% van de stootbeelden in aanmerking komen voor deze techniek. De voorbeelden hieronder zijn slechts een kleine greep uit patronen die voor deze methode in aanmerking komen. Het is niet moeilijk om de volgende formule te onthouden:  

Mikpunt = Vertrek(punt) - Aankomst(punt)

 

Het onthouden van de tellingen voor de verschillende referentiepunten: vertrekpunt, mikpunt en aankomstpunt, kosten meer tijd. De waardes van die punten is voor elke band verschillend. In de tekeningen (V,M,A) 

Opmerking: Bij problemen met het onthouden van de verschillende tellingen van het systeem, wordt aangeraden om de eerste keer de methode alleen te gebruiken voor gebieden:  

Aankomst tussen 0 en 40. 

Vertrek tussen 35 en 60. 

 

Als deze berekeningen geen problemen meer geven dan kan het gehele bereik van het systeem benut worden.