Bij de basisverdeling worden op het laken vier lijnen getrokken, evenwijdig en op een bepaalde (gelijke) afstand van de banden. Daardoor ontstaan er negen vakken op de tafel. De korte band en de lange band zijn verdeeld in 3 delen, zodanig dat de hoekvakken een vierkant vormen.  

In de acht omtrekskaders, mag men slechts twee, soms ook slechts maar één carambole maken, waarna één van de aangespeelde ballen het kader moet verlaten, doch er wel terug mag inkomen. Bij de speelwijze waarbij er maximum twee caramboles in één vak mogen gemaakt worden, kondigt de scheidsrechter "entrée" aan wanneer de aanspeelballen voor het eerst in hetzelfde vak liggen. Blijven de aangespeelde ballen na de eerste carambole nog in het kadervak, dan wordt dit feit aangekondigd met "dedans". Hierna moet dus een der aanspeelballen het vak verlaten. Mag er daarna terug inkomen met weer de melding entrée, enzovoort. In het geval van maximum één carambole in hetzelfde vak, geldt alleen de melding dedans. Om het spel nog moeilijker te maken voor spelers uit de hoogste klassen worden nog vierkante kaders van 18 cm. bijgevoegd op de plaats waar de lijnen de band raken. In deze ankerkaders gelden dezelfde beperkingen als voor de grote kaders.

 

Afmetingen van de Kaders

 

De kaderdisciplines worden aangeduid door twee getallen; zoals bijvoorbeeld 47/2. Het eerste getal duidt de afstand in centimeter aan tussen de kaderlijnen en de randen van de biljarttafel. Het tweede getal duidt het aantal caramboles aan dat mag gemaakt worden zonder dat een bal een gegeven kader verlaat. Op een biljart van 2,30 meter spreekt men van kader 38/2. Dit betekent dat de hoekkaders een zijde hebben van 38 cm en dat er maximum twee caramboles in een vak mogen gemaakt worden.  

Op matchbiljart spreekt men van kader 47/2. Dit betekent dat de hoekkaders een zijde hebben van 47 cm en dat er maximum twee caramboles in een vak mogen gemaakt worden. Hiervoor bestaat ook kader 47/1, waarbij slechts één carambole in een vak mag gemaakt worden. Op matchbiljart bestaat nog de discipline kader 71/2. Nu hebben hoekkaders een zijde hebben van 71 cm en het maximum caramboles in de vakken 2 is. Hier is dus geen middenkader. 

Een van de betrachtingen in dit spel is de ballen ofwel in het middenkader te houden of de aanspeelballen aan elke zijde van een kaderlijn te hebben. Dit is de zogenaamde positie à cheval. In deze gevallen kan men zonder onderbrekingen reeksen maken. Komt men in de kaders met beperking, dan wordt getracht de ballen zo te krijgen, dat men met een rappel, een bal uit en weer in het kader krijgt. 

 

Het moet niet gezegd worden dat kaderspel enkel door gevorderde spelers kan gespeeld worden